Nieuwsbericht

Opiniebijdrage: 9/11 en onze harten en hoofden

Iedereen herinnert zich de beelden van die twee enorme torens die precies twintig jaar geleden neerkwamen in New York. Als een reus die door zijn beide knieën zakte. Vandaag is Ground Zero een sereen herdenkingsmonument. De diepe krater, het stromende water en de bomen doen de chaos, de stof en de paniek vergeten.  Gebouwen zijn hersteld en pleinen heraangelegd. Maar de échte schade is er nog steeds.

Meer nog dan fysieke vernietiging is het doel van terroristen het wantrouwen tussen mensen aanwakkeren.  Daar was het ook Al Qaeda om te doen: chaos, angst en verdeeldheid zaaien in het Westen. Ondanks alle stoere verklaringen in de nasleep van 9/11, moeten we durven erkennen dat ze daar ook deels in geslaagd zijn. Zo deelde George Bush Jr. enige tijd na de aanslagen zijn belangrijkste bondgenoot op in het ‘oude’ en het ‘nieuwe’ Europa. Zij die met hem gingen vechten in Irak waren ‘nieuw’, de rest werd afgeserveerd.

Maar de verdeeldheid ging veel dieper dan louter de geopolitiek. Ze sijpelde ons maatschappelijk weefsel binnen. 9/11 zorgde ervoor dat de polarisering een hoge vlucht nam. Moslims en niet-moslims keken mekaar met steeds meer argwaan aan. Politieke taal werd harder en ruiger. In plaats van haar democratisch project te versterken, veegde men in Europa de Europese grondwet van tafel. Waar de Sovjet-Unie in meer dan 70 jaar niet in geslaagd was, lukte Al Qaeda vanuit haar grotten in Tora Bora wel: het Westen begon aan zichzelf en aan haar model van liberale democratie te twijfelen.

Eén van de fundamentele fouten van het Westen in reactie op 9/11 was ten oorlog trekken om aan nation building te doen. Zowel in Irak als Afghanistan. Het najagen van Osama Bin Laden was een legitieme act van zelfverdediging, maar te denken dat we manu militari democratieën konden installeren, was een waanbeeld. De Amerikaanse presidenten Bush en Obama hoopten de hearts and minds van de Irakezen en Afghanen te veroveren. De lange lijst van terroristische aanslagen die volgden, is een trieste en niet te miskennen weerlegging van deze Amerikaanse hoop. De liberale democratie is geen exportproduct dat je vanuit een gevechtsvliegtuig duizenden kilometers verder dropt.

De schade van 9/11 is mogelijk nog veel groter. Na twintig jaar oorlog zijn we ook in Europa harten en hoofden verloren. Toen in 2010 Sharia4Belgium voor het eerst aan het raam kwam piepen, werkte het vooral op de lachspieren. Maar dat lachen verging ons snel. Overal in het Westen doken radicale islamistische groeperingen op die de liberale democratie met bruut geweld bestreden. De tegenreactie liet niet lang op zich wachten. “Ze haten ons,” riep extreemrechts. ‘Ze’ dat waren plots alle moslims, ook zij die helemaal geen haat tegen het Westen koesterden en zich volop inschreven in onze samenleving. ‘Ons’ dat was zogezegd het liberale Westen, maar eigenlijk bedoelde extreemrechts ‘de blanken’. Dat extreemrechtse gedachtengoed is de voorbije twintig jaar nooit meer weggeëbd.  Meer nog: er volgde geweld. Van Anders Breivik in Noorwegen, het in brand steken van asielcentra her en der in Europa tot de knokploegen van Gouden Dageraad die de straten van Athene introkken om er ’s nachts migranten in elkaar te slaan.

Geweld is in een liberale democratie nooit het ultieme antwoord. Je verdedigt ons samenlevingsmodel niet door ten oorlog te trekken, maar door elke dag opnieuw zelfbeheersing te tonen. Ervoor te zorgen dat vrije meningsuiting en legitieme meningsverschillen niet ontaarden in vijandbeelden, verdachtmakingen en oproepen tot haat en fysiek geweld.  Harten en hoofden winnen voor het democratische project, doe je door te investeren in inburgering van nieuwkomers, onderwijs in te zetten als sociale lift en mensen niet op te sluiten in een groep of ze te herleiden tot hun geloof, huidskleur of geslacht.

Harten en hoofden winnen we niet door oorlogen te voeren. Maar het betekent geenszins dat er ruimte is voor naïviteit. We kunnen niet tolerant zijn tegenover de intoleranten. Alleen al daarom hebben we nood aan een sterk NAVO-bondgenootschap.  Maar dan wel een NAVO die in staat is de veldslagen van de toekomst te winnen en niet die van het verleden. De NAVO ontstond als militair tegengewicht tegen een moloch: de Sovjet-Unie. Vandaag is de vijand veel ongrijpbaarder. Terreurgroepen veranderen voortdurend van vorm, verdwijnen en duiken ergens anders opnieuw op. De NAVO-agenda voor 2030 toont aan dat het Westers bondgenootschap dit begrepen heeft. Investeren in dit bondgenootschap is onontbeerlijk om ons veilig te houden. Maar de NAVO is geen mirakelmachine. De harten en hoofden zal ze nooit heroveren. Dat kan ze niet. Niet in het begin van deze eeuw en niet vandaag. Dat zal ieder van ons elke dag opnieuw zelf moeten doen.


Alexander De Croo

Eerste Minister