Nieuwsbericht

Officiële verklaring: honderd jaar Belgisch-Luxemburgse Economische Unie

De Eerste Ministers van België en Luxemburg hebben vandaag op het Kasteel van Hertoginnedal de intense samenwerking tussen België en Luxemburg herbevestigd. Ze deden dat in het kader van een ontmoeting naar aanleiding van de honderdste verjaardag van de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie. Ook de ministers-presidenten van de deelstaten waren aanwezig, net als de Ministers van Buitenlandse Zaken en Financiën.

Voor de honderdste verjaardag van de ondertekening van de overeenkomst tot oprichting van de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie (BLEU), zijn de Eerste Ministers Xavier Bettel en Alexander De Croo, de minister-president van Wallonië, Elio Di Rupo, de minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Rudi Vervoort, de minister-president van Vlaanderen, Jan Jambon, de minister-president van de Federatie Wallonië-Brussel, Pierre-Yves Jeholet en de minister-president van de Duitstalige Gemeenschap van België, Oliver Paasch, op 17 november 2021 samengekomen in het Kasteel van Hertoginnedal in Brussel. Ook de Ministers van Buitenlandse Zaken, Sophie Wilmès en Jean Asselborn, alsook de Ministers van Financiën, Pierre Gramegna en Vincent Van Peteghem, waren aanwezig.

De deelnemers verheugden zich over de vriendschaps- en vertrouwensbanden die sinds meer dan een eeuw het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk België met elkaar verbinden. Toen ze in 1921 werd opgericht, was de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie de meest vergevorderde vorm van economische en monetaire integratie tussen soevereine Europese landen. Ze was ook een voorloper van de Benelux, de Europese Unie en de euro. De oprichting ervan bracht gunstige gevolgen teweeg voor de welstand van onze economieën en het welzijn van onze volkeren. De Unie heeft steeds een pioniersrol gespeeld bij de Europese eenmaking en de Europese constructie door bij te dragen aan de versterking van de banden tussen onze volkeren en aan de bevordering van onze waarden. Ze heeft zich ook buiten Europa onderscheiden door zich steeds in te zetten voor de Belgisch-Luxemburgse belangen, vooral wat economie en handel betreft. Ze heeft de ambitie om deze pioniersrol ook in de toekomst te blijven spelen.

De Unie heeft eveneens steeds haar werking aangepast aan de grondwettelijke evoluties in haar lidstaten. Volgend op de 11e gezamenlijke vergadering van de Luxemburgse en Belgische regeringen ‘Gaichel XI’ op 31 augustus in Luxemburg, getuigt de top ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de BLEU, waaraan ook de Belgische gefedereerde entiteiten hebben deelgenomen, van de hechte banden en nauwe samenwerking tussen onze beide landen. In dit opzicht en in het kader van de uitoefening van hun bevoegdheden geven de Vlaamse, de Franse en de Duitstalige Gemeenschap uiting aan hun voldoening over het feit dat zij bij deze vergadering betrokken waren en zien zij ernaar uit bij te dragen tot de toekomstige werkzaamheden van de BLEU.

De gesprekken tijdens die BLEU-top waren de gelegenheid om de balans op te maken van het bevoorrecht partnerschap die ons verenigt en om nieuwe toekomstige samenwerkingsmogelijkheden te bespreken.

De gesprekken gingen onder andere over de aanpak van de COVID-19-pandemie, meer bepaald over de lessen die uit die crisis moeten worden getrokken. Er werd besloten om de samenwerking inzake pandemiebestrijding te versterken en om nieuwe samenwerkingsmogelijkheden te bepalen om toekomstige gezondheidscrises beter te voorkomen en aan te pakken. Het Europees digitaal coronacertificaat werd eveneens besproken. Ook de specifieke behoeften en de onderlinge afhankelijkheid van de grensoverschrijdende gebieden, die tijdens de pandemie zwaar zijn beproefd, en het belang om het vrije verkeer binnen de BLEU te behouden in tijden van crisis kwamen aan bod. De deelnemers herbevestigden hun wens om op EU-niveau en EU-lidstaatniveau beter rekening te houden met de bijzonderheden van grensoverschrijdende gemeenschappen, met hun bijdrage aan het Europese project en met hun economische en culturele potentieel, met name op basis van de op 22 juni door de lidstaten van de Benelux en de Baltische Staten ingediende gezamenlijke voorstellen. De deelnemers verwelkomden de leidende rol die de Benelux-landen hierbij spelen op EU niveau.

De economische integratie binnen de BLEU was een ander belangrijk onderwerp. Enerzijds gingen de gesprekken over hoe er beter kan worden samengewerkt binnen de Unie. Anderzijds ging het ook over de manier waarop de BLEU haar positie in de wereld kan handhaven en versterken, in het bijzonder via de modernisering van de gemeenschappelijke akkoorden om investeringen te beschermen, gezamenlijke economische commissies naar derde landen, de Belgisch-Luxemburgse kamers van koophandel of nog via het netwerk van economische en handelsattachés.

Om de honderdste verjaardag van onze Unie te vieren, geven België en Luxemburg een herdenkings- en verzamelmunt uit met daarop de beeltenis van beide vorsten, Z.M. de Koning der Belgen en Z.K.H. de Groothertog.

Het samenwerkingsakkoord tussen de Luxemburgse Kamer van Koophandel en de exportagentschappen van de drie Belgische gewesten, namelijk l’Agence wallonne à l’Exportation et aux Investissements étrangers (AWEX), het Brussels Agentschap voor de Ondersteuning van het Bedrijfsleven (hub.brussels) en Flanders Investment & Trade (FIT) werd vernieuwd om de samenwerking voort te zetten.

Vandaag ondertekenden de deelnemers een overeenkomst tussen het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg betreffende het verrichten van betaalde werkzaamheden door bepaalde gezinsleden van het personeel van de diplomatieke missies en consulaire posten. Voorts ondertekenden vice-eersteminister en Minister Sophie Wilmès en Minister Jean Asselborn een intentieverklaring over nauwere samenwerking tussen hun diensten van Buitenlandse en Europese zaken door middel van detacheringen en gezamenlijke opleidingen.

De twee Ministers van Financiën waren verheugd met de resultaten van de besprekingen tijdens de Gaichel XI van 31 augustus 2021, met name wat betreft de aanpassing van de "tolerantiedrempel" van het aantal dagen voor grensoverschrijdend telewerken en de aanpassing van de gemeenschappelijke inkomstenregeling van de BLEU.

De Eerste Ministers en minister-presidenten bevestigen hun engagement om verder nauw samen te werken rond alle onderwerpen van gemeenschappelijk belang die binnen hun respectieve bevoegdheden vallen. Ze herbevestigen in deze context het belang van de bepalingen in de BLEU-overeenkomst en de plechtige verklaring van 18 december 2002, die de samenwerking binnen de BLEU heeft uitgebreid naar andere domeinen dan de economie, aangezien de Unie is uitgegroeid tot het algemene kader om de betrekkingen te versterken op alle domeinen van gemeenschappelijk belang.

De Eerste Ministers en minister-presidenten zijn overeengekomen om ook in de toekomst gesprekken in deze vorm te houden.