Toespraak

Inleiding bij heropening kappers

Dames en heren,

Het Overlegcomité heeft vandaag een aantal beslissingen genomen.
De belangrijkste over de niet-medische contactberoepen.

Vooraleer ik die voorstel, wil ik eerst kort stilstaan bij de coronasituatie in ons land. 
Sinds december kent die een vrij stabiel verloop.

We zien weliswaar minder ziekenhuisopnames, minder overlijdens. Maar we zien ook dat het aantal besmettingen ter plaatse trappelt en niet langer daalt.

Dat klinkt misschien niet als een grote prestatie, maar dat is het eigenlijk wel.

Want we hebben dit gedaan op een moment dat er nieuwe, veel besmettelijkere varianten van het virus rondgaan.

In andere landen heeft dat voor forse stijgingen gezorgd. Bij ons niet. Bij ons blijft die impact in het totaal van de cijfers voorlopig beperkt.

Ik vind het belangrijk om dat te zeggen.

Het toont dat de regels in ons land werken. En die regels werken maar om één reden: omdat mensen ze volgen.

We hebben die prestatie overigens geleverd terwijl we in ons land de scholen zoveel mogelijk proberen open te houden en een zo groot mogelijk deel van de bedrijven blijft doorwerken, ook al is het met verplicht thuiswerk. In heel wat landen is zelfs dat niet mogelijk.

Maar – en dat is een grote maar – het blijft rijden en achteromzien. Het blijft een gemengd beeld.

Dat is ook de reden waarom het Overlegcomité gekozen heeft voor uiterste voorzichtigheid en een aanpak in fases.

Op zaterdag 13 februari kunnen we de kappers onder zeer strikte voorwaarden opnieuw open. De andere niet-medische contactberoepen komen in een tweede fase, met opening op 1 maart.

Nogmaals we doen dat in een context van uiterste voorzichtigheid.

Maar óók omdat het Overlegcomité zich bewust is dat lichaamsverzorging een belangrijke rol speelt in hoe we ons voelen. Hoe weerbaar we zijn om die laatste moeilijke maanden in te gaan.

Daarnaast, in tweede orde, zullen vanaf 13 februari de buitenactiviteiten in dierenparken weer mogelijk zijn. Ook daar onder strikte voorwaarden.

Het Overlegcomité heeft ook akte genomen van de uitspraak van de Raad van State over de vakantieparken en campings en zal de opmerkingen van de Raad van State volgen – maar ook daar onder zeer strikte voorwaarden.

Ik had het daarnet over rijden en omzien. Dat betekent ook omzien naar elkaar.

We weten dat vandaag heel veel mensen coronamoe zijn. Dat is perfect normaal.

Het is deze week een jaar geleden dat de coronacrisis in ons land begon. Een jaar van zware inspanningen, een moeilijke situatie in de zorg en veel – veel te veel – beperkingen.

Deze week ging er heel veel aandacht naar de moeilijkheden van studenten en jongvolwassenen. Terecht. Maar we weten dat ook heel wat andere groepen het moeilijk hebben. Grootouders die al maanden hun kleinkinderen niet meer hebben geknuffeld. Singles die thuis de muren oplopen en vechten tegen isolement. En laat ons vooral al die mensen uit de horeca, evenementensector, cultuursector niet vergeten voor wie het zwaar is.

Laat mij duidelijk zijn: niemand wil dat dit ook maar één dag langer duurt dan nodig.

Daarom hebben we aan het corona-commissariaat en aan de wetenschappers van de GEMS gevraagd om een duidelijk pad uit te tekenen.

Een slimme GPS te maken rekening houdt met het aantal besmettingen, ziekenhuisopnames en overlijdens – zoals dat tot nu toe het geval was – maar ook met de vooruitgang van de vaccinaties.

En dan vooral met hoever we staan met het beschermen van de kwetsbare groepen. Want dat moet het moment zijn waarop we  weer meer en meer moeten kunnen.