Toespraak

Herdenking busramp Sierre

Toespraak van de Eerste Minister naar aanleiding van de herdenking van de busramp in Sierre, vandaag precies tien jaar geleden, ter plaatse uitgesproken aan het herdenkingsmonument in Sierre.

Monsieur le Président,
Meneer de Minister van Staat,
Dames en heren,
Beste familie en vrienden,

Vandaag precies tien jaar geleden gebeurde hier in Sierre het onwerkelijke. Een gitzwarte dag, avond, na een intens mooie week. Eén moment dat alles verandert. Achtentwintig families, twee schoolgemeenschappen in het hart geraakt. Ons hele land was in shock.
 
Diegene verliezen die je het meest dierbaar is: je kind, je partner. Het is waar elke ouder, waar iedereen voor vreest. Het is de wreedste kant van het leven.
 
Tien jaar – het lijkt lang. Maar de pijn, de leegte en het gemis zijn nooit weg. Misschien soms zachter, minder rauw, maar nog steeds daar. Het is een leegte die niets of niemand ooit zal kunnen vullen.
 
Maar in die leegte leven ook de herinneringen. Aan de mooie momenten, aan de intense en enthousiaste vriendschappen, aan de kleine en grote dingen van alledag.
 
Én er is de solidariteit. Die was er toén. Iedereen stond klaar om te helpen en het hele land deelde mee in het verdriet. Vlaggen gingen halfstok, er volgden drie dagen van nationale rouw.
 
En ook nú – ook nu is die solidariteit er nog steeds. We zijn hier samen naartoe gekomen, we maken het hier samen stil en we laten elkaar niet los.
 
Iedereen verwerkt zo’n groot verlies op haar en zijn eigen manier, maar weet dat we jullie niet loslaten. We willen dit samen met jullie blijven dragen.
 
En misschien is dat het mooiste mogelijke eerbetoon dat we de slachtoffers kunnen geven. Dat we niet enkel hun namen blijven uitspreken en hun verhalen blijven delen, maar dat we er ook blijven zijn voor mekaar en elkaars kwetsbaarheden samen blijven dragen. Ik hoop – echt uit de grond van mijn hart – dat jullie die solidariteit, de warmte waarmee we jullie willen omgeven, voelen en er ook kracht kunnen uitputten.
 
 
Meneer de President, 
Dames en heren,
 
Ik zou willen eindigen met een bijzonder woord van dank aan alle hulp- en reddingsdiensten die op die zwarte dag tien jaar geleden de eerste hulp boden – sommigen van hen zijn hier vandaag aanwezig. Aan alle medische teams die zorg droegen tijdens de dagen en weken na het ongeval, en aan alle Zwitsers die Belgische families bijstonden. Sommigen zijn hier vandaag aanwezig.
 
Vanuit heel ons hart: een oneindige dank voor uw hulp en uw inzet, uw nabijheid en uw steun. In België hebben we toen ervaren dat Zwitserland een groot hart heeft. Wij zullen dit nooit vergeten.
 
Ik dank u.