Déclaration du Premier ministre au Parlement
10/12/2011 -
Mijnheer de voorzitter,
Beste collega’s,
Ik dank u voor het levendige debat en voor de kwaliteit van uw interventies.
Ik bedank elke collega die haar of zijn standpunten heeft meegedeeld.
Ik zal natuurlijk reageren op de onderwerpen waarover u gesproken heeft.
Zoals ik u gezegd heb, wil de regering het vertrouwen van de bevolking herstellen en haar opnieuw hoop geven.
Het ontwerp dat ik u woensdag voorgelegd heb, is een eerste concrete invulling van deze wil.
Ik heb interpellaties gehoord die heel verschillend waren.
Sommigen zijn van mening dat het regeerakkoord te links is. Anderen menen dat het te rechts is. Waarschijnlijk is het dus vooral evenwichtig.
Het regeerakkoord is een ontwerp dat in een moeilijke context een beroep doet op het verantwoordelijkheidsgevoel van de burgers en de ondernemingen. Het is ook het ontwerp van beleidsmannen en -vrouwen die hun verantwoordelijkheid durven op te nemen.
Tegen de partijen die aan de legitimiteit van de regering twijfelen, kan ik zeggen dat we meer dan een jaar lang hebben onderhandeld in de hoop dat de N-VA haar verantwoordelijkheid zou nemen.
De N-VA heeft nee gezegd aan de de nota van Johan Vande Lanotte. De N-VA heeft nee gezegd aan mijn basisnota.
De N-VA heeft gekozen voor de oppositie. Ik respecteer haar keuze. Maar die keuze maakt van deze regering geen onwettige regering.
Wat is legitimiteit?
De politieke crisis die alle Belgen en dus ook de Vlaamse burgers verontrust, eeuwig te laten voortduren?
De communautaire spanningen voeden en ons land op stelten zetten?
Dat denk ik niet!
Onze legitimiteit berust op de oplossingen die we gevonden hebben om het land uit de crisis te loodsen.
Onze legitimiteit ligt in de diepgaande hervormingen van ons sociaaleconomisch model waarvan alle Gewesten en Gemeenschappen de vruchten zullen plukken.
Beste collega’s,
Vervolgens wil ik ingaan op uw interpellaties aangaande de begrotingsmaatregelen en de sociaaleconomische hervormingen.
De overheid geeft het voorbeeld
Volgens sommigen zou de regering zich beperken tot het heffen van belastingen om het overheidstekort weg te werken.
Niets is echter minder waar!
Iedereen moet de uitzonderlijke omvang van de te leveren begrotingsinspanning beseffen.
De echte federale begroting, na dotaties naar de deelstaten en naar de Europese Unie, is 110 miljard euro. In 2012 moeten wij 11,3 miljard vinden binnen van deze begroting, dat wil zeggen ongeveer 10%.
Nooit eerder, sinds de Tweede Wereldoorlog, heeft België zo’n inspanning moeten leveren.
Wij moeten deze inspanning leveren terwijl de burgers helemaal niet verantwoordelijk zijn voor de crisis.
Gezien de bankencrisis en de financiële crisis, alsook de sterke achteruitgang van de economie die daaruit voortvloeit, is deze sanering nodig geworden.
Tussen 1993 en 2008 wisten we onze schuld terug te brengen van 138% van het bbp tot 84%. Sinds het Fortis-debacle is de schuldgraad opnieuw gestegen. Wij zijn nu tot ongeveer 97% van het bbp, door de reddingsoperaties voor de banksector en de gevolgen van de crisis.
De regering neemt haar verantwoordelijkheid en zal geen hypotheek leggen op de toekomstige generaties.
De vermindering van de uitgaven bedraagt 42% van de inspanningen in 2012 en dit stijgt tot 53% in 2014. Dit cijfer gaat verder toenemen de volgende jaren, onder andere dankzij de structurele maatregelen.
Wat de derde categorie van de begroting – « andere maatregelen » – betreft, is het onjuist te stellen dat die alleen maar inkomsten bevat. Onder meer de strijd tegen fraude maakt er deel van uit en die zal tot solide besparingen in de uitgaven leiden.
De maatregelen die de regering voorstelt, zijn moeilijk maar doenbaar.
Ik kan begrijpen dat men de ene of de andere maatregel betreurt.
Maar, laten we eerlijk zijn, die 11,3 miljard moet toch op de ene of de andere manier worden gevonden.
Dat doen met alleen maar inkomsten, zou totaal onverantwoordelijk zijn.
En zo’n bedrag vinden alleen aan de hand van minder uitgaven, zou betekenen dat we de koopkracht van onze burgers direct en zwaar aantasten en dat we de diensverlening van de overheid aan haar burgers zouden ontmantelen. En dat zou totaal onverantwoordelijk zijn.
Nous avons eu beaucoup de questions sur les soins de santé.
Soyons clairs : le gouvernement n’envisage pas un seul instant de diminuer les remboursements en soins de santé.
Au contraire, le gouvernement a prévu des mesures positives qui réduiront le coût pour le patient.
Je vous cite quelques exemples :
- les suppléments d’honoraires en chambre à deux lits seront interdits,
- l’accès au statut Omnio sera simplifié et facilité,
- le système du tiers-payant sera généralisé pour les patients les plus vulnérables,
- le prix des médicaments baissera.
Dans la même optique, le gouvernement ne remet pas en cause le droit des travailleurs à l’indexation automatique de leur salaire. Il soutient ceux qui travaillent. Ce n’est pas sur leur dos que le gouvernement rétablira les finances de l’Etat.
Préserver le pouvoir d’achat, c’est aussi s’assurer que les prix restent contenus dans des limites raisonnables. Le gouvernement renforcera l’Observatoire des prix. Il s’assurera en particulier que les prix de l’énergie restent dans la moyenne des pays voisins.
Par ailleurs, le gouvernement a clairement exprimé son souhait : la quotité exemptée d’impôts sera progressivement relevée pour les bas et les moyens salaires. Le gouvernement ne proposera ni diminution des salaires ni diminution des pensions.
Enfin, malgré le contexte budgétaire, 60% des moyens supplémentaires des enveloppes bien-être salariés et indépendants seront préservés. Notre volonté est de procéder aux indispensables revalorisations des allocations sociales.
C’est la proportion de l’enveloppe que les partenaires sociaux avaient eux-mêmes envisagé de préserver dans le cadre du dernier accord interprofessionnel. Avec ces moyens, nous pourrons entre autres revaloriser les minima sociaux, notamment les pensions minimum des régimes « indépendants » et « salariés ».
De plus, 100% de l’enveloppe « aide sociale » sera préservée. Rien, en effet, ne peut justifier que l’on abandonne - même temporairement - le combat contre la pauvreté.
Fiscalité
J’ai entendu dire, dans cette Assemblée, que les mesures fiscales feraient payer la note aux citoyens.
Soyons clairs et honnêtes. Préserver la Sécurité sociale et la qualité des services publics et en même temps faire un assainissement de 11,3 milliards d’euros, c’est impossible.
Il y a donc un effort en recettes nécessaire.
Mais avant même de demander quoi que ce soit à qui que ce soit, le gouvernement veut intensifier la lutte contre la fraude fiscale et sociale.
La base de la justice sociale, c’est que chacun participe honnêtement aux obligations qui lui incombent.
C’est pour cette raison que la lutte contre la fraude restera une priorité majeure du gouvernement. Le travail entamé sous le précédent gouvernement sera poursuivi.
Un secrétaire d’Etat mettra notamment en oeuvre les recommandations de la commission d’enquête contre la grande fraude fiscale.
Le gouvernement a par ailleurs veillé à ne pas alourdir la fiscalité sur le travail. L’effort portera davantage sur les revenus du capital.
Un accent particulier a été mis sur les revenus et opérations de nature spéculative. Les plus-values à court terme seront imposées à l’impôt des sociétés et la taxe sur les opérations de bourse sera majorée.
Pour les revenus des capitaux, un effort a été demandé à ceux qui avaient les épaules les plus larges. Une cotisation de 4% sur les hauts revenus (plus de 20.000 euros) du patrimoine sera perçue. Là encore, nous trouvons normal que ceux dont le niveau de vie n’est pas affecté par la crise contribuent davantage à l’effort d’assainissement.
Dans un même souci de justice fiscale, le gouvernement supprimera ou réduira les niches fiscales, tant chez les entreprises que chez les citoyens.
Pour les entreprises, le régime des intérêts notionnels sera réformé. Le taux maximum sera limité à 3%, tout en gardant un bonus de 0,5% pour les PME. Ensuite, à l’avenir, les intérêts notionnels non déduits au cours d’un exercice sur un exercice ultérieur ne pourront plus être déduit au cours d’un exercice ultérieur (avec bien entendu une période de transition pour les stocks existants).
Le gouvernement a donc choisi une solution équilibrée. Celle-ci permet d’assurer à la fois la stabilité et la pérennité du régime fiscal des intérêts notionnels. C’est donc un message fort, tant pour les entreprises qui investissent en Belgique que pour la visibilité internationale de notre pays.
J’ai aussi entendu que l’uniformisation des réductions d’impôt à deux taux, c'est-à-dire le taux de 45% pour les dépenses en matière de logement, de garde d’enfant et de libéralités et 30% pour toutes les autres, touchait de plein fouet la classe moyenne.
Un des exemples indiquait que les ménages aux revenus nets compris entre 52.000 et 80.000 euros par an y perdaient. Les revenus modestes (c'est-à-dire en dessous de 30.000 euros) y gagnaient.
Je vous invite à consulter les dernières statistiques parues sur les revenus des ménages : en 2009, seuls 10% des ménages avaient un revenu annuel supérieur à 54.000 euros nets.
Alors oui, c’est vrai, l’avantage fiscal sera un peu moindre pour certains ménages parce qu’ils peuvent plus facilement contribuer à l’effort.
Pour d’autres ménages, en revanche, le nouveau régime sera plus favorable et plus juste.
Prenons l’exemple des gardes d’enfants. Certaines familles à hauts revenus pouvaient déduire 50%, alors que d’autres familles aux revenus plus modestes ne déduisaient que 40%. Etait-ce juste ? Non. Cette inégalité sera donc corrigée.
Certains d’entre vous ont par ailleurs estimé que l’effort demandé au secteur financier n’était pas assez important.
Je les invite à analyser les chiffres : en 2012, le secteur financier contribuera à concurrence de plus d’un milliard d’euros aux recettes de l’Etat. Ceci grâce à la contribution aux fonds de protection des dépôts et à la cotisation de stabilité financière,
Structurele hervormingen: arbeidsmarkt/sociale hervormingen
Ik heb veel standpunten gehoord over de structurele hervormingen inzake werkloosheid en pensioenen.
Volgens sommigen zouden deze hervormingen te laks zijn. Volgens anderen onrechtvaardig.
Ze zijn noch laks, noch buitensporig, maar wel noodzakelijk om de kosten van de vergrijzing te drukken en aan de vereisten van de arbeidsmarkt te beantwoorden.
Wat de houding van de vakbonden betreft, die begrijp ik.
Maar ik vraag hun ook de moeilijke vraagstukken te begrijpen die de nieuwe regering moet oplossen.
Een ding staat in elk geval vast: het sociaal overleg was altijd al zeer belangrijk in ons land. Dat is ook zo voor deze regering. Het spreekt dan ook vanzelf dat wij over de sociaaleconomische maatregelen - opgenomen in het regeerakkoord – tijdig overleg zullen organiseren met de sociale partners.
De situatie verplichtte ons echter tot actie.
De structurele hervormingen van de arbeidsmarkt die in de verklaring worden voorgesteld, zijn ingrijpend.
Wat het brugpensioen betreft, zal de leeftijd geleidelijk aan worden opgetrokken tot 55 jaar voor het collectief ontslag van bedrijven in problemen of herstructurering en tot 60 jaar voor het conventionele brugpensioen. Tegelijkertijd zullen oudere werknemers beschermd worden door de ondernemingen te verplichten de leeftijdspiramide te respecteren in geval van collectief ontslag.
Bovendien zal de vervroegde-pensioensleeftijd in 2013 met 6 maanden worden opgetrokken, vervolgens nog eens met 6 maanden in 2014. Op het einde van deze legislatuur zal de leeftijd 61 jaar bedragen, en in 2016 62 jaar. Het gaat om een extreem snelle stijging.
Wat de werkloosheid betreft, biedt het compromis dat wij voorstellen een evenwicht tussen een versterkte activering van werkzoekenden en een het behoud van de sociale bescherming.
Wat de inschakelingsuitkeringen betreft, behouden we een specifiek mechanisme voor de jongeren. Het lijkt ons immers noodzakelijk dat zij over een veiligheidsnet beschikken wanneer ze in het beroepsleven stappen. Er zullen echter belangrijke wijzigingen aan de inschakelingsuitkeringen worden doorgevoerd:
- Voor de eerste keer zullen de uitkeringen afhankelijk worden gesteld van de geleverde inspanningen. Dat proces begint zodra de persoon zich inschrijft als werkzoekende en zal voortaan 12 maanden duren.
- De frequentie van de controles zal worden verhoogd.
- Het recht in de tijd zal tot 3 jaar worden beperkt voor 30-plussers.
De vrijstelling voor mensen die de laatste vier semesters 156 dagen hebben gewerkt, is een dynamische voorwaarde die elk semester zal worden gecontroleerd. Dit zorgt ervoor dat de persoon gestimuleerd wordt actief te blijven op de arbeidsmarkt. Onze doelstelling is meer mensen aan het werk te zetten in plaats van hen te stigmatiseren en af te wijzen!
Het is duidelijk dat de hervormingen een significante impact zullen hebben op de werkloosheidsuitkeringen.
- De uitkering zal tijdens de eerste drie maanden worden verbeterd om de schok van het verlies van werk voor de werknemers te verlichten. In de loop van de 2de periode zal er geleidelijk aan degressiviteit optreden.
- Gezinshoofden of alleenstaanden zullen vanaf de 13de maand van werkloosheid een snellere degressiviteit kennen tot er een vast bedrag wordt bereikt.
Bovendien zal het activerings- en controlebeleid worden versterkt. De duur van de begeleidings- en opvolgingsprocedure zal met 50 % verminderd worden. De leeftijd voor de beschikbaarheidscontrole zal geleidelijk aan worden opgetrokken van 50 tot 58 jaar, ook voor de bruggepensioneerden.
Laten we duidelijk zijn: de bedoeling van de regering is de mensen aan te moedigen meer inspanningen te leveren om op de arbeidsmarkt te blijven. Ze behouden wel hun veiligheidsnet :
- Zo mogen de forfaits van de derde werkloosheidsperiode nooit lager liggen dan de huidige minima, waardoor onder andere de eenoudergezinnen beschermd zullen zijn;
- Zo zullen de werklozen die deeltijds of onderbroken werken gemakkelijker hun rechten kunnen terugwinnen.
Het spreekt ook voor zich dat de beste oplossing voor het werkloosheidsprobleem is de creatie van jobs.
Het economische domein valt hoofdzakelijk onder de gewesten. Rekening houdend met ieders bevoegdheden, zal de federale overheid hen ondersteunen om hun economisch dynamisme te versterken.
Wat de hervorming van de pensioenen betreft, is het waar dat deze geen impact zal hebben op de mensen die in 2012 met pensioen gaan. De mensen die hun pensioen binnen enkele weken of maanden hopen te nemen, hebben al plannen gemaakt. En die plannen moeten we respecteren.
Om kort te zijn, de regering zal deze structurele hervormingen van de arbeidsmarkt en pensioenen doorvoeren. Ze zijn noodzakelijk om onze sociale zekerheid een toekomst te bieden.
Laten we niet vergeten dat de sociale zekerheid ons aller patrimonium is. Het is vooral dat van hen die zelf geen patrimonium hebben.
De regering wil dit patrimonium consolideren om iedereen de kans op een waardig leven en een zekere rust te geven.
Steun voor ondernemingen
Sommigen maken zich zorgen over de impact van al deze maatregelen op de economische groei. De regering deelt deze bezorgdheid.
Daarom ondersteunt de regering de koopkracht en stimuleert ze de competitiviteit van onze ondernemingen.
Die competitiviteit is een prioriteit.
- de regering zal ervoor zorgen dat de doelstellingen inzake opleiding van de werknemers beter gerespecteerd worden;
- er zal een interfederaal onderzoeks- en innovatieplan worden uitgevoerd om aan de doelstelling van het Nationaal Hervormingsprogramma te voldoen. Die doelstelling houdt in dat 3 % van het bbp in Onderzoek en Ontwikkeling wordt geïnvesteerd. Dankzij dit plan zullen de inspanningen van de deelstaten en van de federale staat kunnen worden gecoördineerd. Uiteraard zal men rekening houden met ieders bevoegdheden ;
- de regering zal de sociale bijdragen verminderen voor de eerste drie aanwervingen in de kmo’s door de lasten op de lage lonen te verminderen;
- de energieprijzen zullen onder controle worden gehouden;
- het verhoogde notionele-interestpercentage voor de kmo’s zal worden behouden.
J’en viens à la transition écologique de notre société. Dois-je redire que le gouvernement confirme les plus fortes ambitions en matière de réduction des émissions CO2 ?
Certains regrettent des dispositions prises en matière de réduction d’impôt fédéral pour les dépenses faites en vue d'économiser l'énergie dans une habitation.
Pour rappel, des mesures avaient déjà été prises par le précédent gouvernement. Je pense notamment à la fin de la réduction d’impôt fédérale pour certains travaux intervenants dans des immeubles neufs (installation d’une chaudière ou de doubles vitrages,…) et à la fin de la réduction d’impôt pour l’isolation des murs et des sols.
Dans le contexte actuel, des mesures transitoires ont été prises afin de permettre aux entités en charge de ces compétences d’organiser leur politique en la matière et d’offrir aux citoyens les aides utiles.
Dans cette optique :
- Aucune modification n’est intervenue pour l’exercice d’imposition 2012 ;
- Si un bon de commande a été passé avant le 28 novembre 2011, un paiement intervenant pendant l’exercice d’imposition 2013 pourra bénéficier des réductions comme aujourd’hui. La condition concernant la date du bon de commande n’est pas d’application pour les travaux d’isolation du toit.
- Ce n’est qu’à partir de l’exercice d’imposition 2014 que seules les dépenses exposées pour les travaux d’isolation des toits pourront encore bénéficier d’un régime de réduction sur l’impôt fédéral.
- Le report sur 3 ans de l’excédent des réductions n’a pas été modifié. Cette mesure permet de garantir la stabilité des investissements qui ont déjà été effectués.
Une réduction d’impôt pourra toutefois être octroyée si les travaux sont payés au cours de l’année 2012, pour autant que le contrat relatif aux travaux en question ait été signé avant le 28 novembre 2011.
La politique de mobilité va également contribuer à nos objectifs climatiques.
Contrairement à ce que j’ai pu entendre, le gouvernement n’a pas renoncé à mener une politique ferroviaire ambitieuse. La sécurité du rail reste la priorité absolue. La plus grande part des économies prévues en 2012 concerne le recours unique aux ressources financières disponibles au sein du Groupe SNCB, ainsi qu’à un mécanisme de financement alternatif des investissements, sans remettre ceux-ci en cause.
Le montant des autres économies à réaliser, en 2012, (50 millions d’euros) reste donc raisonnable. Il ne représente qu’environ 1,6 % du total des dotations du Groupe (soit nettement moins que l’inflation). Une partie importante de ces économies pourra être réalisée sur les frais informatiques et de consultance.
Enfin, notre paysage énergétique va évoluer. Oui, un plan d’équipement de production energétique va être élaboré dans les 6 mois à venir. Ce plan détaillera les nouvelles capacités de production d’énergie pour assurer à la fois notre approvisionnement énergétique et la diversification des énergies.
Régulation des banques et de la finance
Mettre notre pays à l’abri des spéculateurs sera un combat quotidien du gouvernement.
Cela passera bien évidemment en premier lieu par le retour progressif à l’équilibre budgétaire de la Belgique et par son désendettement.
Mais aussi par une meilleure régulation du secteur de la finance.
Le gouvernement fera ainsi en sorte d’être un véritable exemple en Europe.
Nous ferons étudier par la BNB, à bref délai, la distinction entre les banques de dépôts et les banques d’affaires.
Nous élaborerons un cadre légal renforcé des établissements de crédit ayant une activité de dépôt.
- Nous ferons également en sorte que les rémunérations dans le secteur financier soient liées à des résultats à long terme.
- Pendant toute la durée du soutien financier public à des banques, aucun administrateur exécutif ou non-exécutif et membre du Comité de direction ne pourra bénéficier de stock-options, d’actions gratuites, de bonus ou avantages similaires, de prime de départ ni aucune « retraite-chapeau ».
Par ailleurs, cette volonté d’une meilleure régulation prend tout son sens au niveau européen. C’est pourquoi mon gouvernement plaidera pour :
- l’introduction d’une taxe sur les transactions financières ;
- le renforcement du cadre de contrôle sur les agences de notation et l’encouragement de la création d’une ou plusieurs agence(s) indépendantes de notation européennes ;
- le durcissement du dispositif européen de régulation des fonds spéculatifs ;
- la création d’un cadre européen de réglementation de l’ensemble de l’actionnariat salarié, y compris les stocks-options.
Nakomen van de Europese aanbevelingen
Ik hoor zeggen dat het regeerakkoord geen rekening houdt met de Europese aanbevelingen. De regering is overtuigd van het tegendeel:
• zoals reeds aangegeven, zal het tekort vanaf 2012 onder de 3% liggen, via gerichte inspanningen, waarbij de nadruk steeds meer op de uitgaven zal komen te liggen;
• structurele hervormingen van een nooit geziene omvang zullen ervoor zorgen dat we de kosten van de vergrijzing kunnen betalen en de overheidsfinanciën duurzaam maken:
- verhoging van de effectieve leeftijd voor vervroegd pensioen,
- in bepaalde gevallen langere loopbanen door de speciale stelsels meer af te stemmen op het algemene stelsel,
- verhoging van het aantal jaar dat geteld wordt voor de berekening van het pensioen van het overheidspersoneel,
- vrijwilligerswerk na 65,
- beperking van de overlevingspensioenen;
• de herstructurering van de banken zal een beter risicobeheer mogelijk maken en zal de solvabiliteit verbeteren, conform de conclusies van de Eurozonetop van 26 oktober 2011. Er zal een bankentestament worden ingevoerd voor de financiële instellingen. En er zal een wettelijk kader worden voorgesteld inzake “short selling”, “high frequency trading”, enz.
• de loonindexering wordt behouden. Maar daarnaast wil de regering de factoren aanpakken die voor inflatie zorgen, zodat de energieprijzen niet hoger zijn dan de gemiddelde prijzen in onze buurlanden;
• er zullen belangrijke maatregelen worden genomen om de arbeidsmarkt te hervormen en banen te creëren. Ik heb daarover al gesproken: ik denk daarbij aan het verminderen van de sociale bijdragen voor de eerste drie aanwervingen in een kmo, het verminderen van de lasten op lage lonen en de hervorming van het werkloosheidssysteem ;
• wat de mededinging op de elektriciteits- en gasmarkt betreft heeft de regering van lopende zaken reeds een wetsontwerp goedgekeurd voor de omzetting van het derde energiepakket, dat momenteel in het parlement wordt besproken. Daarnaast zal de afhouding van de nucleaire rente bijdragen tot het creëren van een “level playing field” tussen de producenten en de investeringen in energieproductie stimuleren.
Dan kom ik nu tot de vragen en opmerkingen over het institutionele luik.
Wij hebben de boodschap van de kiezer tijdens de laatste verkiezingen begrepen.
De staatshervorming is het resultaat van een eerlijke en coherente onderhandeling, met sterkere en autonomere Gemeenschappen en Gewesten tot gevolg, maar binnen een land dat verenigd blijft.
Deze staatshervorming is van een ongeziene omvang in vergelijking met de voorgaande. De bevoegdheidsoverdrachten vertegenwoordigen een bedrag van bijna 17 miljard euro. Dat is copernicaans. Ik kom nog in detail terug op de nieuwe bevoegdheden voor de Gewesten en de Gemeenschappen wat betreft arbeid, kinderbijslag en gezondheidszorg.
De nieuwe financieringswet zal de Gewesten en de Gemeenschappen responsabiliseren.
Wij hebben onze verantwoordelijkheid genomen, met zin voor het compromis en met staatszin. Dat is ook een verschil met sommige anderen.
Door het federale kader te behouden, hebben we ons sociaal model veilig gesteld.
Met dit akkoord hebben we opnieuw aangeknoopt met de dialoog tussen de gemeenschappen. We hebben de omstandigheden gecreëerd voor een duurzame communautaire vrede in de rand, met name door BHV te splitsen, met de compensaties die noodzakelijk waren.
Met dit akkoord voelen de Gemeenschappen, de gewesten en de federale overheid dat hun autonomie en hun eigen karakter zijn gerespecteerd. Ieder zal op zijn niveau beschikken over de hefbomen en de financiële middelen om de grote uitdagingen van de toekomst aan te pakken.
Dans le cadre de la réforme de l’Etat, la masse des transferts est non seulement très significative mais le projet que dessine cette réforme est cohérent et ambitieux.
En soins de santé, le gouvernement transférera des paquets de compétences homogènes.
Les Communautés recevront la compétence complète en matière de maisons de repos. De façon plus générale, ce sont elles qui seront, à l’avenir, chargées de tout ce qui concerne l’accueil résidentiel des personnes âgées : les maisons de repos donc, mais également les hôpitaux gériatriques et spécialisés en soins de longue durée et certains conventions passées avec des établissements de revalidation.
Homogénéisation aussi en matière d’aides aux personnes handicapées. Les entités fédérées étaient déjà partiellement compétentes. Elles le seront désormais aussi pour l’allocation d’aide aux personnes âgées et les aides à la mobilité.
Cette même logique a été suivie pour tous les transferts en soins de santé: transfert de paquets homogènes de compétence en santé mentale, en prévention…
En emploi, le transfert de compétences envisagé donnera aux Régions tous les instruments utiles pour mener une politique adaptée à leur réalité de terrain. D’une part, les réductions pour groupes-cibles, les plans emplois et les droits de tirage pour près de 2 milliards (1,738 milliard). D’autre part l’ensemble des mécanismes d’activation et de remise à l’emploi, y compris les titres-services pour 2,5 milliards. L’assurance-chômage, faisant partie de la protection sociale, restera évidemment au sein de la Sécurité sociale fédérale.
Le transfert d'allocations familiales aux Communautés représente un montant de près de 6 milliards. Il a pour conséquence de former une compétence homogène dans le chef des communautés. Celles-ci disposeront dorénavant de tous les leviers pour mener leur propre politique familiale.
A Bruxelles aussi, des réformes sont prévues pour une répartition des compétences plus homogène et cohérente entre les communes bruxelloises et la Région. Je pense à la sécurité ou à la mobilité.
Certains se sont interrogés sur le juste refinancement de Bruxelles.
Le juste refinancement de Bruxelles n’est pas un chèque en blanc.
D’une part, une partie du financement se compose de moyens affectés. On peut citer les domaines suivants : la sécurité, les primes de bilinguisme, la mobilité, la formation (au travers de moyens supplémentaires pour la COCOF et la VGC). Peut-on sincèrement contester les besoins de financement de la capitale dans ces 3 domaines, pour ses habitants, et les navetteurs qui y travaillent ? Ce montant représentera 258 millions d'euros en 2015.
D’autre part, le 2ème volet prévoit un juste financement structurel de la Région de Bruxelles-Capitale, au travers de la reforme de la loi spéciale de financement, pour les navetteurs et les fonctionnaires internationaux. Ceci représentera 203 millions d'euros en 2015.
On est donc loin du chèque en blanc. Ce financement représente une réponse juste et proportionnée aux besoins rencontrés par Bruxelles en tant que capitale nationale et internationale et en tant que premier bassin d'emploi.
Ce financement juste, c’est aussi assurer la crédibilité de notre capitale sur la scène européenne et internationale.
BHV – communautaire vrede
Ik wil even herinneren aan de permanente bedreiging die het BHV-dossier vormde voor de stabiliteit van ons land. Een akkoord hierover was fundamenteel nodig.
Ik benadruk ook dat, door de splitsing van BHV met compensaties, het akkoord de tegenstrijdige wensen van respect voor het grondgebied en de rechten van de personen die er wonen, heeft verzoend.
Het zijn echte hervormingen: op electoraal vlak, maar ook op administratief en gerechtelijk vlak.
Het evenwichtige politieke compromis dat is bereikt, moet nu op een solide en duurzame manier worden omgezet. De verankering in de grondwet zorgt ook voor rechtszekerheid over dit onontbeerlijke akkoord.
De metropolitane gemeenschap van Brussel, die moet worden opgericht via een speciale wet, biedt nieuwe samenwerkingsperspectieven tussen de 3 gewesten. Er wordt nu rekening gehouden met de sociaaleconomische realiteit in Brussel en zijn hinterland.
Wat het gerechtelijke arrondissement BHV betreft, dit arrondissement zal worden hervormd, op een nauwkeurige en ambitieuze manier! Het parket zal worden gesplitst en de rechtbanken ontdubbeld.
Dit alles moet zorgen voor een efficiëntere en coherentere justitie, met middelen die verdeeld worden volgens de behoeften en de werklast, dat allemaal ten dienste van de rechtsonderhorigen, of die nu Franstalig of Nederlandstalig zijn. Dit akkoord houdt rekening met de verschillende realiteiten inzake criminaliteit.
Mochten de vermelde cijfers voor de verdeling van de kaders fout blijken te zijn, dan zullen zij worden aangepast. In het akkoord is voorzien in een evaluatie en wij zullen onze verbintenissen nakomen.
J’en termine.
On ne peut à la fois défendre à cors et à cris le modèle fédéral et refuser des compromis sur les tensions qui le rongent, jusqu’à le détruire, depuis tant d’années…
On ne peut à la fois se prétendre visionnaire et perdre de vue le tableau général de ce qui est possible et de ce qui ne l’est pas dans une situation donnée.
Par nature, le compromis déplaît aux extrêmes. Par nature, le compromis est inacceptable pour ceux qui s’excluent de la négociation par leur intransigeance. Les critiques que j’ai entendues de part et d’autre me confortent dans ma conviction profonde que les 8 partis ont répondu à la demande des citoyens qu’ils représentent.
Ils ont agi avec le sens des responsabilités. Grâce à la stabilité qu’ils font retrouver au pays, la Belgique se remet en marche.
Tant sur le plan institutionnel que socio-économique, nous allons exécuter et respecter ce qui a été décidé.
Il en va de la crédibilité du monde politique et de la stabilité du pays.
Nous serons le gouvernement du changement ; un changement profond et durable, mais sans rupture de notre modèle social, sans rupture de notre modèle fédéral.
C’est à ce gouvernement que je vous demande d’accorder la confiance. Notre population attend avec impatience que nous nous mettions au travail.
